Gezondheid begint bij het ontwerp van de wijk
In veel gemeenten wordt gezondheid nog altijd gezien als iets dat vooral in de zorg of het sociaal domein plaatsvindt. Maar steeds duidelijker wordt: een gezonde leefstijl begint niet pas wanneer een arts wordt bezocht, het begint op straat, in de wijk, in de manier waarop een gebied is ontworpen. Precies daar is de Gezondheidsscan Gebiedsontwikkeling van Sweco ontstaan, vertelt adviseur Kim Maas. “We weten uit ervaring dat vroeg in het proces, bijvoorbeeld in stedenbouwkundige plannen, de meeste impact te behalen is voor een gezonde en veilige leefomgeving. Daar ontbreekt het vaak aan handvatten om dit concreet te maken. Als zo’n plan definitief is, kun je bijna niet meer bijsturen.”
Wat begon als een intern gedachtegoed, groeide uit tot een concreet instrument dat inmiddels in de praktijk wordt toegepast, onder andere in de gemeente Tiel. De Gezondheidsscan Gebiedsontwikkeling biedt gemeenten, gebiedsontwikkelaars en ontwerpers de mogelijkheid om gezondheid gelijk vanaf de start te integreren in de ontwikkelingen. En daarmee verandert er veel. “We zitten vanaf het begin aan tafel”, zegt Maas. “In de planvorming van een gebiedsontwikkeling is veel impact te maken op de leefomgeving van de toekomstige bewoners en gebruikers. Zo voorkom je dat je achteraf moet zeggen: waarom is hier niet over nagedacht?”
Aanleiding voor de scan
Toen Kim Maas drie jaar geleden bij Sweco begon, stond de Gezondheidsscan Gebiedsontwikkeling al in de steigers. Het idee ontstond uit een opvallend patroon in de gebiedsontwikkeling: er zijn volop data beschikbaar over gezondheid in de bestaande wijken, maar dat is veel lastiger in een nieuwbouw- of transformatiegebied. Daar zijn nog geen of nauwelijks bestaande bewoners: dus wat meet je dan precies, waar baseer je je op?
“Voor bestaande omgevingen zijn al allerlei scans beschikbaar”, vertelt Maas. “Daar is vrij gemakkelijk in kaart te brengen waar het groen minder is, waar luchtkwaliteit slecht is, waar de leefbaarheid laag scoort en waar verbeteringen door te voeren zijn. Maar voor gebieden die nog niet bestaan of in ontwikkeling zijn, was nauwelijks een methodiek.”
En dat was volgens haar een groot gemis. Want juist in die eerste fase - het stedenbouwkundig plan en de gebiedsvisie – biedt de beste gelegenheid om in de ruimtelijke inrichting keuzes te maken die zorgen voor een gezonde, veilige en leefbare omgeving.
“Daar gaat het vaak mis”, stelt Maas. “Je ziet plannen waarin eerst over woningen, verkeer en water wordt nagedacht en pas daarna komt gezondheid. In die laatste vierkante meters moet een speelpleintje, het groen of ruimte voor bewegen ingepast worden. Terwijl ontwerpen waarin de focus eerst op de gezondheid en beweegvriendelijkheid van de leefomgeving wordt gelegd, zorgen voor een beter resultaat. Daar hebben bewoners en gebruikers de komende vijftig jaar profijt van en kan dus impact op gezondheidspreventie worden gemaakt.”
De Gezondheidsscan Gebiedsontwikkeling is daarom ontwikkeld om exact dat gat te dichten: een instrument dat beoordeelt of een plan gezonde keuzes stimuleert, knelpunten benoemt en zeer concrete aanbevelingen geeft om het plan of ontwerp te verbeteren. “Het doel is tweeledig”, vat Maas samen. “We brengen kansen en uitdagingen in kaart én we geven handvatten om het plan te verbeteren. Deze kunnen direct uitgewerkt worden, passend bij de schaal, locatie en omgeving van de nieuwe wijk.”
Werking op basis van acht thema's
De scan bestaat uit acht hoofdthema’s: de acht bouwstenen voor een gezonde en veilige leefomgeving. Daarbinnen hangen tientallen indicatoren die de leefomgeving meetbaar maken. “We maken het zo concreet mogelijk,” zegt Kim. “Heel veel thema’s kun je toetsen. Staat het in het plan? Hoe is het uitgewerkt? Is het logisch verdeeld over de wijk? Is het voldoende en wat is de kwaliteit? Past het bij de omgeving?”
Binnen elk van deze bouwstenen zijn een reeks indicatoren opgesteld, variërend van kwalitatieve beoordelingen tot harde cijfers en werkend met een score van A tot en met E. “Die labels helpen enorm”, vindt Maas. “Het is meteen zichtbaar waar een plan sterk staat en waar werk aan de winkel is. Daar geven we concrete handvatten om direct mee aan de slag te gaan.”

1. Groen en blauw
Hier wordt beoordeeld hoeveel groen is ingetekend, wat de kwaliteit ervan is en hoe het wordt gebruikt. “We maken dit echt meetbaar,” vertelt Kim. “We kijken bijvoorbeeld naar percentages kroonbedekking, naar variatie in groen en hoe water is opgenomen in het plan.”

2. Sociale veiligheid
“Dit gaat over zichtlijnen, looproutes, toegankelijkheid,” legt Kim uit. “Maar ook over plekken waar mensen zich veilig voelen - of juist niet.”

3. Milieu
Hierbij gaat het om aspecten die om gezondheidsbescherming vragen: luchtvervuiling, geluidsoverlast, geurhinder en hittestress. Vooral in nieuwbouwwijken kan hittestress een onderschat probleem zijn.

4. Werk en zingeving
Dit gaat over voorzieningen die bijdragen aan participatie: culturele centra, kantoren, werkplekken of ontwikkeling en betekenisvolle activiteiten. “Het hangt natuurlijk af van het type wijk, maar we kijken naar wat passend is voor het specifieke nieuwbouwgebied.”

5. Voedsel
Gezond eten begint bij de beschikbaarheid daarvan. We analyseren de mogelijkheden voor het aanbieden van divers en voedzaam voedsel, zoals supermarkten, buurtmoestuinen of horeca. “We kijken wat er in de omgeving is, maar ook welke kansen het plan zelf biedt.”

6. Leefbaarheid en levendigheid
Hier gaat het om plinten, horeca, gemengde functies en de afwisseling tussen rust en reuring, een mix van verschillende ingrediënten dus. “We beoordelen of mensen zich welkom voelen en elkaar kunnen ontmoeten. Het aanbod dient te zijn afgestemd op de doelgroep.”

7. Bewegen, ontspannen en leren
Dit is de bouwsteen die het meest direct te maken heeft met een beweegvriendelijke leefomgeving. “We kijken naar sport-, speel- en leeraanbod, maar ook naar recreatie: kun je wandelen, rennen, spelen? Zijn er logische routes? Is het aanbod passend voor alle leeftijden?”

8. Ontmoeten en verbinden
Sociale interactie is essentieel voor de gezondheid. We kijken naar de mogelijkheden voor ontmoeting in de openbare ruimte en gemeenschappelijke ruimten. “Denk aan bankjes, pleinen, gemeenschappelijke tuinen en plekken in een parkeergarage waar bewoners elkaar tegenkomen om zo verbinding tussen bewoners stimuleren.”
Meetbaar maken van gezondheid
"De basis van de indicatoren gaat om: staat het in het plan en is erover nagedacht?” zegt Kim. “Maar we gaan ook een laag dieper en kunnen ook echt rekenen en kijken naar de kwaliteit van het plan. Bijvoorbeeld voor speelplekken kijken we naar aantallen, verspreiding en bereikbaarheid.”
Bij bewegen spelen logische looplijnen, veilige routes en variatie een grote rol. “We kijken naar alle leeftijden. Ligt een speelplek logisch ten opzichte van woningen? Is het aanbod divers genoeg? Past het bij de wijk? Zijn er kansen die nog helemaal niet benut worden?”
Het resultaat is een scan die zowel kwantitatief als kwalitatief is - precies wat nodig is om een stedenbouwkundig plan te verbeteren. De scan is niet bedoeld als certificering, maar juist als gespreksopener en inspiratiebron om meer impact te maken op gezondheid, veiligheid en leefbaarheid.
Tiel als praktijkvoorbeeld
Een van de eerste plekken waar de Gezondheidsscan is toegepast, is de nieuwbouwontwikkeling in Passewaaij in de gemeente Tiel. Daar zijn al eerdere fasen van de wijk ontwikkeld en voor de nieuwste uitbreidingen is een gebiedsvisie gemaakt. Maas en haar collega’s namen die gebiedsvisie en het stedenbouwkundig plan volledig door. “We nemen uiteraard alle indicatoren mee”, vertelt ze. “En daar kwamen heel concrete aanbevelingen uit.”
Een van die inzichten: in één hoek van het plan ontbrak een passende speelplek. “Dan schrijven we daar een aanbeveling voor: zorg hier voor speelaanbod voor jongere kinderen. Dat soort kansen kun je in deze fase nog goed identificeren.” Ook het groene karakter van het plan bood kansen. “Er was veel groen bedacht, maar we hebben aanvullingen gedaan over natuurlijk spelen. Bijvoorbeeld dat je rekening houdt met regenperiodes: dat spelen in natte omstandigheden juist leuker kan worden.”
Daarnaast keek Sweco naar recreatieroutes. “De wijk ligt tussen bosgebieden en de Waal. Dan kun je echt nadenken over wandelroutes die aansluiten op de omgeving. En variatie is belangrijk: als je altijd hetzelfde rondje loopt, haak je sneller af.” De aannames bleken precies raak. “Het stedenbouwkundig bureau gaf terug dat veel van onze aanbevelingen bruikbaar en uitvoerbaar zijn. Ze gaan het plan aanpassen op basis van wat wij hebben aangedragen.” Dat is precies waar de Gezondheidsscan Gebiedsontwikkeling volgens Maas voor bedoeld is: gezondheid al in de allereerste ontwerpstap inbrengen, zodat het later vanzelfsprekend onderdeel wordt van elk ontwerp, elk bestek en uiteindelijk van de leefomgeving zelf.
Actieve mobiliteit stimuleren
Een beweegvriendelijke omgeving hangt sterk samen met het mobiliteitsnetwerk. Daarom heeft de Gezondheidsscan specifieke indicatoren voor wandel- en fietsroutes. “Daar kijken we gerichter naar dan veel andere scans”, zegt Maas. “We beoordelen of de routes logisch zijn, of ze veilig zijn, of je meerdere varianten hebt en of het netwerk goed aansluit op de omgeving.”
De gedachte erachter is simpel: hoe logischer en prettiger routes zijn, hoe vaker mensen ervoor kiezen om te lopen of te fietsen. “Het gaat niet alleen om sport”, benadrukt Maas. “Ook dagelijkse beweging begint bij hoe de wijk is ingericht.”
Groei en toekomst van de scan
De scan is ontwikkeld binnen Sweco, maar bedoeld om breed toegepast te worden. Gemeenten die werken aan nieuwbouw, transformaties of herontwikkelingen kunnen hem gebruiken om gezondheid centraal te zetten in ontwerpkeuzes. “Het doel is om dit veel vaker te doen. Gemeenten krijgen steeds meer aandacht voor gezondheid in gebiedsontwikkeling, en deze scan sluit daar precies bij aan.”
In Tiel was dat ook zichtbaar. De gemeente zocht zelf naar een manier om gezondheid in kaart te brengen, maar de bestaande quickscan van de GGD richt zich vooral op bestaande wijken. “En dat werkt niet voor een gebied dat nog op de tekentafel ligt”, legt Maas uit. “Onze Gezondheidsscan kijkt echt vanuit het stedenbouwkundig plan zélf. Dat maakt het veel geschikter voor nieuwbouwontwikkelingen.”
Maas vat het treffend samen: “Als je vanaf het begin nadenkt over gezondheid, kun je dat meenemen in alle volgende stappen. Zo voorkom je dat je pas ná het ontwerp ontdekt dat er kansen zijn gemist. De Gezondheidsscan is precies bedoeld om die kansen en uitdagingen zichtbaar te maken én meteen te benutten.”