Hellendoorn bouwt aan een beweegvriendelijke leefomgeving

De gemeente Hellendoorn staat voor een forse vernieuwing van haar speelruimtes. Wat begon als een noodzakelijke bezuinigingsoperatie is uitgegroeid tot een toekomstgerichte visie op een beweegvriendelijke leefomgeving voor 0 tot 100 jaar. Met aandacht voor groen, diversiteit in speelplekken, ontmoeting en inclusiviteit. Beleidsmedewerker Groen & Spelen Anneriek Simons en ontwerper/projectvoorbereider speelruimtes Daan Bodt vertellen hoe Hellendoorn deze transitie vormgeeft en wat het betekent voor de inwoners van de gemeente.

Tekst: Laura Vliek

Jarenlang werd er in Hellendoorn nauwelijks geïnvesteerd in de speelruimte. Tijdens de economische crisis is het beheerbudget scherp naar beneden bijgesteld en vervanging bleef jarenlang uit. “We zagen een enorme vervangingsgolf op ons afkomen”, vertelt Simons. “Rond twintig jaar geleden is er veel aangelegd, maar daar waren geen investeringsbudgetten meer voor gereserveerd. We moesten kiezen: halen we speelplekken weg, of ontwikkelen we een visie die toekomstbestendig is?”

Dat resulteerde in 2022 in een nieuwe speelruimtevisie die niet alleen gericht is op efficiënter beheer, maar ook op de inrichting van een aantrekkelijke en beweegvriendelijke leefomgeving. “Aanvankelijk was het echt een bezuinigingsoperatie”, zegt Simons, “maar de tijd zat mee. Buiten spelen kreeg tijdens corona veel aandacht en uiteindelijk hebben we stevig budget kunnen binnenhalen. Dat heeft het mogelijk gemaakt om veel speelplaatsen te gaan vernieuwen. Toch zullen er ook een aantal vervallen. Die vormen we om naar een zogenoemde straatplek; geen speeltoestellen, wel ruimte voor ontmoeting en speelaanleidingen.”

Voor Bodt, sinds april 2025 in dienst, ligt hier een duidelijke opdracht: “Ik ben binnengehaald om de speelruimtevisie te realiseren. Het gaat niet meer om losse speelplekken met twee toestellen en wat rubber tegels, maar om speelruimte als geheel. Dat maakt het werk juist zo interessant.”

Een structuur die uitnodigt tot bewegen Centraal in de nieuwe koers staat een duidelijke hoofd- en nevenstructuur. Hellendoorn wil af van de versnipperde speeltuintjes die overal in de wijken stonden; vaak identiek, weinig uitdagend en niet passend bij de demografische samenstelling van de buurt.

“Je zag soms drie dezelfde speelplekjes binnen een straal van een paar honderd meter”, vertelt Bodt. “Dat nodigt niet uit om de buurt te verkennen. Nu kiezen we voor grotere kernplekken waar veel te beleven valt, aangevuld met kleinere plekken en straatplekken. Die kleinere kunnen bijvoorbeeld meer speelaanleidingen krijgen, of juist een damtafel als er veel ouderen in de buurt wonen.”

Simons vult aan: “We willen diversiteit. Dat kinderen ontdekken dat ze hier lekker kunnen klimmen, daar kunnen voetballen en verderop weer iets heel anders tegenkomen. Niet elke plek hoeft alles te hebben. Dat maakt het juist leuker én socialer.” De kernplekken worden ontworpen als echte ontmoetingsplekken, met ruimte voor spelen, sporten en verblijven. “Daar moet je altijd reuring kunnen vinden”, aldus Simons. “Als je gaat spelen of sporten, weet je: daar kom je anderen tegen.”

Speelruimte voor 0 tot 100 Een belangrijk uitgangspunt is dat de speelruimte bedoeld is voor iedereen: kinderen, jongeren, ouders én ouderen. Maar dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan. “Je richt je al snel op kinderen”, erkent Simons. “Dan zet je er een bankje bij en denk je: daarmee betrekken we ook de oudere bewoners. Maar zo werkt het niet altijd. Op sommige plekken moet misschien minder speeltoestel komen en juist meer ontmoeting. We moeten echt per plek kijken wat nodig is.”

Bij nieuw ontwerp en vervanging hanteert de gemeente een negenjaarscyclus. Dat geeft ruimte om in te spelen op de veranderende bevolkingssamenstelling. “Toestellen hoeven niet altijd twintig jaar mee te gaan”, zegt Bodt. “Soms is het beter om met een flexibelere set te werken. Dan kun je om de paar jaar iets wisselen zodat het blijft aansluiten bij de buurt.”

Participatie is een belangrijk onderdeel van het proces, al erkent de gemeente dat ze hier nog in moet groeien. Bodt: “We staan aan het begin. Op dit moment zetten we digitale enquêtes uit en brengen we brieven rond bij aanwonenden. Maar dat bereikt niet iedereen. Daarom plaatsen we ook QR-codes op de speelplek zelf, zodat ook toevallige gebruikers kunnen reageren.”

Bij grotere plekken gaat Hellendoorn werken met co-creatie, bij kleinere blijft de aanpak compacter. De lessen uit eerdere participatietrajecten zijn helder: “Je moet verwachtingen goed managen”, zegt Simons. “Als je samen gaat schetsen met de buurt ontstaan soms ideeën die niet realistisch zijn. Dan denken mensen aan een crossbaantje, terwijl dat uiteindelijk een speellijn op het asfalt wordt. Daarom kiezen we vaker voor twee ontwerpen waar mensen tussen kunnen kiezen en meedenken. Dat geeft duidelijkheid.”

De buitendienst speelt daarbij een waardevolle rol. “Onze beheerders weten ontzettend veel”, vertelt Simons. “Ze zien dagelijks welke plekken druk zijn, waar overlast is, waar nooit iemand komt. Die praktijkkennis is goud waard.”

Inclusief waar het kan, gericht waar het moet Inclusiviteit is een belangrijk streven, maar in de praktijk soms complex. “We wilden hotspots voor inclusief spelen in kaart brengen”, vertelt Simons. “Maar het sociaal domein kan vanwege privacy geen adressen of clusters delen. Dat hadden we onderschat.”

Uiteindelijk koos de gemeente ervoor een grote inclusieve speeltuin te ontwikkelen bij een zorgcentrum, waar ook revalidatie plaatsvindt. “Dat is nu een plek waarvan mensen weten: daar kun je terecht als je hulpmiddelen gebruikt, een visuele beperking hebt of graag samen speelt. We willen het niet een beetje overal doen, maar ergens goed.”

In de natuurspeelplaats ziet Hellendoorn wat zo’n brede plek kan betekenen. “Daar hebben we ook buitensporttoestellen geplaatst”, zegt Simons. “En dan zie je meteen een andere mix aan bezoekers. Ouderen, jongeren, kinderen, sporters, iedereen komt er samen. Dat is precies wat we willen bereiken.”

Op weg naar een gedeelde buitenruimte De gemeente kijkt verder vooruit. Er wordt gewerkt aan een digitale speelkaart, waar inwoners straks kunnen zien welke speel-, sport- en ontmoetingsplekken er zijn, compleet met foto’s en kenmerken. Daarnaast onderzoekt de gemeente hoe straatplekken deels door bewoners beheerd kunnen worden.

“Het zou mooi zijn als een buurt een straatplek echt naar zich toetrekt”, zegt Bodt. “Zoals een jaarlijkse buurtbarbecue of een gezamenlijke opknapdag. Maar dat kan alleen als het past bij de buurt. De ene wijk leeft dat veel meer dan de andere.” Simons: “We willen toe naar meer eigenaarschap. Niet in de zin van veiligheid of inspecties - dat blijft bij de gemeente - maar wel in hoe de plek beleefd en benut wordt. Als bewoners het belangrijk vinden, blijft het ook langer een fijne plek.”

Hellendoorn staat aan het begin van een grote vernieuwingsslag, maar de richting is helder: meer kwaliteit, meer diversiteit en vooral meer ruimte om te spelen, bewegen, ontmoeten en samen te zijn. Zoals Daan Bodt het treffend zegt: “We gaan van losse toestellen naar echte speelruimte. Plekken die ertoe doen, voor iedereen van 0 tot 100.” Anneriek Simons sluit af met een lach: “Als een plek klopt, zie je dat vanzelf aan hoe mensen hem gebruiken. Daar hoef je geen meter voor uit te rollen, dat vertelt de plek je zelf.”