Inspiratiegids moet ook werkomgeving beweegvriendelijker maken

We zijn kampioen zitten in Nederland. Gemiddeld maar liefst 9,1 uur per dag zitten we op ons achterste en iedereen voelt wel aan dat dat niet gezond is. Veel van die tijd brengen we door op ons werk. De omgeving van kantoren en fabrieken nodigt echter lang niet altijd uit tot bewegen. Martine Sluijs van PIP & Partners ging daarom in 2024 en 2025 aan de slag op drie werklocaties om dit te verbeteren. Ze deed dat in opdracht van Wandelnet en de Fietsersbond. Haar aanpak en inzichten zijn inmiddels vastgelegd in de Inspiratiegids Beweegvriendelijke Werklandschappen.

Tekst: Manon van Ketwich

Martine Sluijs is heel eerlijk. Ook voor haar waren bedrijventerreinen een blinde vlek als het om bewegen ging. Maar toen ze eenmaal meer tijd doorbracht op bedrijvenpark Lage Weide in Utrecht vroeg ze zich al snel af: waarom streven we hier niet dezelfde doelen na als in de rest van de stad? “Hier werken 19.000 mensen die er dus een groot deel van hun leven doorbrengen. 9,1 uur per dag zitten is niet gezond. Natuurlijk zie je wel mensen een lunchwandeling maken, maar de omgeving leent zich daar niet goed voor. Alle principes die we toepassen in woonwijken gelden hier niet. Bedrijventerreinen worden uitgesloten van beleid, terwijl het ook gewoon een stuk stad is.”

De mens wordt vergeten

Toch ziet ook Sluijs dat er wel ontwikkelingen zijn op bedrijventerreinen. Er is de laatste jaren meer aandacht voor klimaatadaptatie. Door te vergroenen wordt hittestress tegengegaan en wateroverlast beperkt. Belangrijk, want het programma Werklandschappen van de Toekomst toonde onlangs nog aan dat 70 procent van de Nederlandse bedrijventerreinen slecht is voorbereid op wateroverlast door klimaatverandering. “Helaas wordt de mens heel vaak vergeten bij vergroeningsprojecten", maakt Sluijs een kanttekening.

Sluijs is ervan overtuigd dat er meer ruimte ontstaat wanneer bedrijventerreinen worden meegenomen als onderdeel van de stad. Niet per se als woongebieden, maar wel als interessante plekken voor recreatie, cultuur en groen én als gezonde ruimte om te werken. Dat is de kern van de Inspiratiegids Beweegvriendelijke Werklandschappen.

Design Thinking en Placemaking

De Inspiratiegids bundelt kennis, onderzoek en praktijkervaringen uit drie proeftuinen: Lage Weide (Utrecht), Ecofactorij (Apeldoorn) en Gelderse Poort (Arnhem). Centraal in de gids staan design thinking en placemaking als aanpak voor bedrijventerreinen. In plaats van vooraf vastomlijnde plannen, wordt gewerkt vanuit gebruik, experiment en leren in de praktijk. Door tijdelijk te testen; met wandelroutes, vergroening en verblijfsplekken, ontstaat inzicht in wat werkt voor verschillende gebruikers en contexten.

Sluijs benadrukt dat er geen one-size-fits-all-aanpak is. “De organisatievorm is bepalend, maar ook het type bedrijven dat op een park gevestigd is, de ligging en de maat.” Mensen met een kantoorbaan hebben bijvoorbeeld de gelegenheid om een telefonische afspraak of overlegje wandelend te doen, voor medewerkers van een distributiecentrum wordt dat al ingewikkelder. “Of als je voor je werk een bijzonder pak aan moet, dan is het veel werk om dat voor een lunchrondje helemaal uit te trekken. En als je werk lichamelijk zwaar is, heb je helemaal geen zin om nog te gaan wandelen, die mensen willen gewoon zitten. Dan werkt het beter om op de werklocatie zelf een mooie buitenplek te creëren, al dan niet met tafeltennistafel”, vertelt Sluijs.

Integraal gesprek voeren

Dit soort observaties staan in de Inspiratiegids, inclusief onderbouwing. Daarnaast bevat de gids lessen uit de drie proeftuinen én praktische handvatten voor vervolg en opschaling. De Inspiratiegids is bedoeld voor iedereen die werkt aan bedrijventerreinen, werklocaties, mobiliteit, gezondheid en ruimtelijke kwaliteit. “Het beste is om integraal het gesprek te voeren”, geeft Sluijs aan. “Bedrijventerreinen zijn meestal belegd bij de afdeling Economische Zaken van een gemeente, die hebben niet veel te maken met het thema gezondheid.” Het is daarom een goed idee om ook het sociaal en ruimtelijk domein te betrekken, om zo samen tot beweegvriendelijke werklandschappen te komen.

‘Waarom streven we hier niet dezelfde doelen na als in de rest van de stad?’