Het werk van Jantje Beton

“Wij zorgen voor plekken waar je daadwerkelijk kunt spelen. Fijne vitale en veilige plekken, waarbij we activiteiten organiseren met bijvoorbeeld een buitenspeelcoach. We kijken vooral hoe we het verschil kunnen maken voor kinderen in meer kwetsbare omgevingen. Dan zetten we een tandje extra bij. Soms zie je echter een speelplek waar helemaal niets gebeurt. Die plekken zijn meestal niet samen met de kinderen en de buurt ingericht of de kinderen zijn de wipkip en schommel al ontgroeid."

‘Kinderen voelen zich echt gelukkig als ze buiten hebben gesport en gespeeld.’

De Speeltuin van de Toekomst gaat over veel meer dan de toestellen

In Nederland is er een slag om de ruimte gaande, waarbij speeltuinen in het gedrang komen. Zeker omdat vrijwilligers lijden onder de regeldruk van gemeenten. Vandaar dat Jantje Beton werkt aan de Speeltuin van de Toekomst. We spraken met directeur-bestuurder Mascha van Werven.

Tekst: Ysbrand Visser; beeld: Jantje Beton

Met een uitgebreide basis in de sportwereld (onder andere NOC*NSF, de schaatsbond, Vitesse) hoef je Mascha van Werven niet te vertellen hoe belangrijk sport en spel voor de mens is. De directeur-bestuurder van Jantje Beton stelt dat bewegen en sporten veel meer doet dan alleen die ene wedstrijd op het hockeyveld. Van Werven vertelt: “Het brengt je veel meer en dat begint al heel jong. Kinderen voelen zich echt gelukkig als ze buiten hebben gesport en gespeeld. Veel kinderen zijn lid van een sportclub, maar er zijn er ook een heleboel die dat niet zijn en ook niet buitenspelen. Voor hen willen we het verschil maken en daar strijden wij extra hard voor.”

Inbreiding

“Gelukkig staat het onderwerp speeltuinen weer hoog op de agenda. Het is echter niet makkelijk om voorzieningen mee te laten groeien met de ontwikkeling van woningbouw in steden. Door inbreiding in wijken wordt het er drukker en dan moet je heel goed bekijken hoe je de verschillende functies samenbrengt. Teken dan direct voorzieningen voor de buitenruimte en speelruimte in, want als alles eenmaal is gebouwd en je daarna nog een speelplekje moet intekenen, lukt dat niet meer.”

Gemeenten moeten dat gaan verankeren en beleid maken voor de lange termijn, zegt Van Werven. “Buitenspelen is echter vaak een sluitpost of de plannen sneuvelen helemaal. Er zijn wel gemeenten waar het heel goed gaat, omdat ze een speelbeleid hebben met ook financiële paragrafen erbij. Dat hangt dan vaak af van een enthousiaste wethouder of ambtenaar, maar daarvan wil je liever niet afhankelijk zijn.”

Community bouwen

“Een sterke combinatie is die van buitenspelen, groen en het erbij betrekken van de hele buurt. Niet alleen de kinderen, maar ook de ouders en oudere buurtbewoners die elkaar daar kunnen ontmoeten. Dat zie je bijvoorbeeld terug in ons project Gezonde Buurten, dat we samen doen met IVN en JOGG. De kinderen die buitenspelen zijn vaak de trigger, waardoor je een community bouwt en er een leuke sociale wijk ontstaat. De speelplek is dan de kern van zo’n gezonde buurt en die leggen we alleen maar aan samen met bewoners, kinderen en de buurt. Daardoor wordt die speeltuin waarschijnlijk beter gebruikt en ook beter beheerd.”

Kijkend naar dat beheer, merkt ze wel dat veel van de vijfhonderd speeltuinverenigingen die zijn aangesloten bij Jantje Beton in zwaar weer zitten. “Dat heeft te maken met de regeldruk. De speeltuinvrijwilligers hebben het daar ontzettend zwaar mee. Zo zijn de eisen voor spetterbadjes bijna net zo hoog als die voor een volwaardig zwembad. Een kwart van die speeltuinverenigingen geeft aan dat ze waarschijnlijk in de komende jaren omvallen. Dat zijn vaak speeltuinen in kwetsbare wijken en daarvan vinden wij het juist heel belangrijk om die in stand te houden."

‘Een speeltuin is geen luxe, dat is gewoon de basis’

‘We kijken vooral hoe we het verschil kunnen maken voor kinderen in meer kwetsbare omgevingen.’

Vijf blauwdrukken

In dit kader werkt Jantje Beton al een jaar aan een blauwdruk voor de Speeltuin van de Toekomst. “Omdat iedere speeltuin in iedere gemeente weer anders is, wordt er naar verschillende omgevingstypen gekeken en mikken we op vijf blauwdrukken voor toekomstbestendige voorbeeldspeeltuinen door heel Nederland. We werken daarbij steeds aan de orgware, hardware en software, dus aan de organisatie, de inrichting en de programmering.”

De Speeltuin van de Toekomst is niet simpelweg een plek met een hek eromheen en wat speeltoestellen, legt Van Werven uit. “We letten steeds meer op de organisatie van zo’n speeltuin, zodat die langdurig het hoofd boven water kan houden. Daarbij kijken we ook nadrukkelijk naar input en ondersteuning van Kinderwerk, consultatiebureaus en Centra voor Jeugd en Gezin. Dan hoeft niet alleen een speeltuinvrijwilliger alles te doen, maar komt alles samen op een logische plek waar kinderen toch al komen. Verder onderzoeken we of je door verhuur extra inkomsten kunt binnenhalen.”

“Vervolgens kijken we naar de inrichting van zo’n speelplek en hoe je kunt zorgen voor een levendige programmering. Het gaat echt over een fijne plek, waar veel groen is en ook een combinatie met water. Want tegelijkertijd werken we ook aan functies waar gemeenten mee bezig zijn en die we daar kunnen samenbrengen. Zoals het voorkomen van hittestress, wateropvang, biodiversiteit en inclusie. Het worden speeltuinen die echt toekomstbestendig zijn.”

Amsterdam en Rotterdam Op basis van de blauwdruk pakt Jantje Beton momenteel een bestaande speeltuin in de Amsterdamse wijk Ookmeer aan. “We herontwikkelen het hele terrein voor sport en spel, maar kijken eerst naar de organisatorische samenwerking met het welzijnswerk, buurtsportcoaches en sportverenigingen. Ook voor een speeltuin in Rotterdam zijn die gesprekken onlangs gestart en hebben we aan kinderen gevraagd maquettes te tekenen. Bij de inrichting moet er ook aandacht zijn voor kinderen met een beperking. Zorg er gewoon voor dat je een speeltuin voor alle kinderen op een slimme manier toegankelijk en leuk maakt.”

In gemeenten moet buitenspelen uiteindelijk een gewone sociale norm worden en echt onderdeel gaan uitmaken van het beleid, stelt Van Werven. “Als je een leefbare wijk of een leefbare gemeente wilt hebben, hoort daar een voorziening bij waardoor kinderen en buurtbewoners lekker naar buiten kunnen en elkaar kunnen ontmoeten. Dat is geen luxe, dat is gewoon de basis. Wat is nou echt belangrijk in de openbare ruimte? We hebben wel een norm voor parkeren, maar niet voor buitenspelen. Blijkbaar vinden we de auto belangrijker dan de leefbaarheid in een wijk. Ik zeg niet dat je parkeren geen ruimte moet geven, maar zorg wel dat je de goede afwegingen maakt, ook als er geen wet of normen voor zijn.”

“Verder is het is belangrijk om de huidige speelplekken in stand te houden in plaats van dat ze straks omvallen. Waarna je na een aantal jaren erachter komt dat er in de wijk nog iets nodig is en je helemaal opnieuw moet beginnen. Koester wat je hebt en probeer dat te ondersteunen.”